De Belgische frank van 1832 tot 2002

Meer dan anderhalve eeuw lang rekenden de Belgen in frank en centiemen. De frank was ouder dan de meeste Belgische instellingen en overleefde twee wereldoorlogen, een reeks devaluaties en een muntunie die stilaan uit elkaar viel. Pas op 1 januari 2002 maakte hij plaats voor de euro. Dit artikel volgt de Belgische frank van zijn geboorte tot zijn verdwijning.
Een nieuwe staat zoekt een munt
Na de onafhankelijkheid in 1830 circuleerden in België nog Nederlandse guldens, Franse franken en allerlei oudere munten door elkaar. De jonge staat koos snel voor een eigen munt. De wet van 5 juni 1832 voerde de Belgische frank in, verdeeld in honderd centiemen.
De keuze voor de frank was ook een politieke keuze. Het stelsel nam het Franse model over: dezelfde gewichten, hetzelfde zilvergehalte, dezelfde decimale indeling. Daardoor waren Belgische en Franse munten in de praktijk uitwisselbaar, wat de handel met de grote zuiderbuur vergemakkelijkte.
Voor wie wil weten wat er vóór 1832 in onze streken circuleerde: dat verhaal staat in ons overzicht van de munten van de Zuidelijke Nederlanden.
De Nationale Bank en het papiergeld
In de eerste decennia gaven verschillende private banken biljetten uit. In 1850 werd de Nationale Bank van België opgericht, die het uitgifterecht van bankbiljetten kreeg. Munten bleven een zaak van de staat en werden in Brussel geslagen. Die taakverdeling, biljetten bij de centrale bank en munten bij de overheid, bleef in grote lijnen bestaan tot de euro.
De Latijnse Muntunie
In 1865 sloot België met Frankrijk, Italië en Zwitserland de Latijnse Muntunie; Griekenland sloot zich enkele jaren later aan. De lidstaten spraken af hun gouden en zilveren munten volgens dezelfde normen te slaan, zodat ze in het hele gebied als betaalmiddel konden dienen. Een Belgisch zilverstuk van vijf frank was zo evengoed bruikbaar in Parijs of Genève.
Het systeem was gebaseerd op een vaste verhouding tussen goud en zilver. Toen de zilverprijs in de jaren 1870 sterk daalde, kwam dat evenwicht onder druk te staan. De aanmunting van zilveren vijffrankstukken werd stopgezet, en de unie werd vooral een kader voor kleinere zilvermunten. De Eerste Wereldoorlog gaf haar de doodsteek: de lidstaten financierden de oorlog met papiergeld en hun munten liepen sterk uiteen in waarde. In de jaren twintig trok België zich terug en hield de unie op te bestaan.
Na 1918: inflatie en de belga
De Eerste Wereldoorlog liet de Belgische frank verzwakt achter. Na de oorlog volgden jaren van inflatie en wisselkoersproblemen. In 1926 greep de regering in met een stabilisatie en een forse devaluatie. Tegelijk werd de belga ingevoerd, een rekeneenheid voor buitenlandse transacties die gelijk was aan vijf frank.
De belga bestond vooral op papier en in de wisselkoersnoteringen, maar verzamelaars kennen hem ook van de munten: op een aantal Belgische munten uit de jaren dertig staat naast de waarde in frank ook de waarde in belga vermeld.
In 1935 volgde, midden in de economische crisis, een nieuwe devaluatie. België verliet daarmee de goudstandaard.
De Tweede Wereldoorlog en de operatie-Gutt
Tijdens de Duitse bezetting werd de geldhoeveelheid sterk opgedreven. Na de bevrijding voerde minister van Financiën Camille Gutt in oktober 1944 een ingrijpende geldsanering door. Oude biljetten moesten worden ingeleverd, een groot deel van de tegoeden werd tijdelijk geblokkeerd en slechts een beperkt bedrag per persoon werd meteen omgewisseld in nieuwe biljetten. De operatie moest de oorlogsinflatie indijken.
Hoe het muntgeld zelf er in de oorlogsjaren uitzag, beschrijven we in ons artikel over munten tijdens de wereldoorlogen.
Van Bretton Woods tot het EMS
Na 1945 werd de frank gekoppeld aan het internationale systeem van vaste wisselkoersen van Bretton Woods. Dat systeem viel in het begin van de jaren zeventig uit elkaar. België zocht daarna aansluiting bij de Europese afspraken om de wisselkoersen stabiel te houden, eerst in de zogenaamde slang, later in het Europees Monetair Stelsel (vanaf 1979).
Binnen dat stelsel werd de frank in 1982 nog eens gedevalueerd, als onderdeel van een economisch herstelbeleid. Daarna volgde de Nationale Bank een beleid van een sterke frank, nauw gekoppeld aan de Duitse mark. Die stabiliteit was een belangrijke troef toen België zich kandidaat stelde voor de gemeenschappelijke Europese munt.
De band met Luxemburg
Sinds de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie van 1921 had de Luxemburgse frank dezelfde waarde als de Belgische. Belgische munten en biljetten waren in Luxemburg gangbaar; Luxemburg sloeg wel eigen munten.
Overgang naar de euro
Op 1 januari 1999 werd de koers van de frank onherroepelijk vastgelegd op 40,3399 frank voor één euro. Vanaf dan was de frank juridisch een onderverdeling van de euro, al bleef hij nog drie jaar in de portemonnee. Op 1 januari 2002 kwamen de euromunten en -biljetten in omloop. Na een korte periode van dubbele omloop verloor de frank eind februari 2002 zijn status van wettig betaalmiddel.
| Datum | Gebeurtenis |
|---|---|
| 1832 | Invoering van de Belgische frank |
| 1850 | Oprichting van de Nationale Bank van België |
| 1865 | Latijnse Muntunie |
| 1926 | Stabilisatie en invoering van de belga |
| 1944 | Geldsanering na de bevrijding |
| 1999 | Vaste omrekeningskoers met de euro |
| 2002 | Euro in de portemonnee, einde van de frank |
De volledige voorgeschiedenis van de gemeenschappelijke munt staat in de geschiedenis van de euro.
De frank als verzamelgebied
De Belgische frank is een dankbaar verzamelgebied. Veel munten uit de twintigste eeuw zijn makkelijk en voor weinig geld te vinden, wat het een goed instappunt maakt. Tegelijk zijn er zeldzame jaartallen, varianten en proefslagen die ook gevorderde verzamelaars uitdagen.
Wie wil beginnen, kiest best een afgebakend thema: de munten van één koning (zie onze pagina over de munten van Leopold I en Leopold II), één waarde over alle jaren, of de Frans- en Nederlandstalige versies van eenzelfde munt (zie tweetalige munten). Let altijd op de staat van bewaring; onze uitleg over kwaliteitsgraden helpt daarbij.
Dit artikel kan partnerlinks bevatten. Die hebben nooit invloed op wat we schrijven.