Numismatic.be
Munten verzamelen in België
Home EuroGeschiedenisVerzamelen Over onsContact
Euromunten · Muntgeschiedenis · Verzamelen
Numismatic .be
Euromunten, oude munten uit de Zuidelijke Nederlanden en praktische raad voor verzamelaars
Home › Muntgeschiedenis › Munten van de Zuidelijke Nederlanden, 14e tot 19e eeuw
Muntgeschiedenis · Oude munten

Munten van de Zuidelijke Nederlanden, 14e tot 19e eeuw

Munten van de Zuidelijke Nederlanden, 14e tot 19e eeuw

Wie oude munten uit onze streken verzamelt, komt in een wereld zonder eenheidsmunt terecht. Tot in de negentiende eeuw had elk vorstendom zijn eigen geld, en circuleerden munten van heinde en ver door elkaar. De munten van de Zuidelijke Nederlanden, ruwweg het huidige België en Luxemburg en het noorden van Frankrijk, vertellen dat verhaal van versnippering en eenmaking. Een overzicht per periode.

De late middeleeuwen: elk gewest zijn geld

In de veertiende eeuw sloegen de graven van Vlaanderen, de hertogen van Brabant, de graven van Henegouwen en de bisschoppen van Luik elk hun eigen munten. De basis was zilver. De groot was de belangrijkste zilvermunt voor de handel; voor kleine betalingen bestonden kleinere stukken in zilver of in een legering met veel koper.

Daarnaast verschenen ook gouden munten, vaak naar buitenlands voorbeeld. Gouden munten werden vooral gebruikt in de groothandel en voor grote betalingen; de meeste mensen zagen ze zelden.

Kenmerkend voor deze periode is de muntverzwakking: vorsten verlaagden geregeld het gewicht of het zilvergehalte van hun munten, wat hen winst opleverde maar het vertrouwen ondermijnde. Voor verzamelaars betekent dat een grote verscheidenheid aan types en uitgiften.

De Bourgondiërs en de eenmaking

In de vijftiende eeuw brachten de hertogen van Bourgondië de meeste gewesten van de Nederlanden onder hun gezag. Filips de Goede voerde een gemeenschappelijk muntstelsel in voor Vlaanderen, Brabant, Holland en Henegouwen: de munten hadden voortaan in die gewesten hetzelfde gewicht en gehalte en een herkenbaar gelijkaardig ontwerp. Verzamelaars spreken over de vierlanders, munten die in de vier gewesten gangbaar waren.

Onder zijn opvolgers verschenen munten als de dubbele patard en de vuurijzer, genoemd naar het vuurstaal dat het symbool van de Orde van het Gulden Vlies was. Het Bourgondische kruis, een schuin kruis van knoestige takken, zou nog eeuwen op munten uit onze streken terugkomen.

Karel V en Filips II

Onder keizer Karel V werden de Nederlanden deel van een rijk dat tot in Amerika reikte. Bekende munten uit zijn tijd zijn de Karolusgulden, in goud en later in zilver. Zijn zoon Filips II liet de grote zilveren Filipsdaalder slaan, een stevige munt die in de internationale handel goed werd ontvangen.

In de tweede helft van de zestiende eeuw scheurden de Nederlanden. De noordelijke gewesten gingen hun eigen weg; de zuidelijke bleven onder Spaans gezag. Vanaf dan lopen de muntgeschiedenis van Noord en Zuid uit elkaar.

Albrecht en Isabella

Onder de aartshertogen Albrecht en Isabella, die de Zuidelijke Nederlanden in het begin van de zeventiende eeuw bestuurden, kwam er een nieuwe reeks grote zilvermunten. De bekendste zijn:

  • de patagon, een grote zilvermunt met het Bourgondische kruis;
  • de dukaton, een zware zilvermunt met de borstbeelden van de vorsten, die een van de mooiste munten van zijn tijd werd genoemd.

Deze munten werden onder hun opvolgers, de Spaanse koningen van de zeventiende eeuw, verder geslagen. Ze waren tot ver buiten de Nederlanden bekend en zijn vandaag nog vrij goed te vinden, al zijn mooie exemplaren duur.

Belangrijke munthuizen in de Zuidelijke Nederlanden waren onder meer Antwerpen, Brussel en Brugge. Op veel munten verraadt een klein teken in welke stad ze geslagen werden.

De Oostenrijkse Nederlanden

In 1713-1714 gingen de Zuidelijke Nederlanden over naar de Oostenrijkse Habsburgers. Onder Maria Theresia werd de kronenthaler ingevoerd, een zilvermunt met het Bourgondische kruis en kronen in de hoeken. Hij werd ook onder haar opvolgers geslagen en circuleerde lang en breed in Europa.

Daarnaast sloeg men gouden souvereinen en een hele reeks kleinere munten in zilver en koper, zoals de oord en de liard, het kleingeld voor de markt en de herberg. Juist die kopermuntjes duiken vandaag het vaakst op in oude verzamelingen en bij bodemvondsten.

Tijdens de korte Brabantse Omwenteling van 1789-1790 gaven de opstandige Verenigde Nederlandse Staten eigen munten uit, met een leeuw. Ze zijn een gewild stukje Belgische geschiedenis.

Franse en Nederlandse tijd

Van het einde van de achttiende eeuw tot 1814 hoorden onze streken bij Frankrijk. De frank en het decimale stelsel deden hun intrede, en de oude munten werden geleidelijk uit de omloop genomen. Van 1815 tot 1830 maakte het gebied deel uit van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, met de gulden als munt.

Na de onafhankelijkheid kreeg België in 1832 de Belgische frank, naar Frans model. Daarmee eindigt de geschiedenis van de Zuidelijke Nederlanden als apart muntgebied, en begint die van het Belgische geld.

Verzamelen: waar beginnen?

Oude munten uit de Zuidelijke Nederlanden zijn niet per se duur. Kopermuntjes uit de Oostenrijkse tijd zijn voor kleine bedragen te vinden; zilveren munten van gangbare types in matige staat ook. Grote zilvermunten in goede staat en gouden munten vragen een ruimer budget.

Enkele tips:

  • Kies een periode of een vorst: dat geeft je verzameling samenhang en maakt het makkelijker om kennis op te bouwen.
  • Leer de catalogi kennen: de standaardwerken over de munten van de Zuidelijke Nederlanden geven types, munthuizen en jaargangen.
  • Let op de staat (zie kwaliteitsgraden) en vooral op sporen van reiniging (zie munten reinigen).
  • Koop bij betrouwbare handelaars: van gewilde types bestaan vervalsingen, sommige al eeuwen oud.

De munten die in een Vlaamse stad circuleerden, volgen we in detail in ons artikel over Dendermonde. De vaktermen staan in de woordenlijst.

Dit artikel kan partnerlinks bevatten. Die hebben nooit invloed op wat we schrijven.