Numismatic.be
Munten verzamelen in België
Home EuroGeschiedenisVerzamelen Over onsContact
Euromunten · Muntgeschiedenis · Verzamelen
Numismatic .be
Euromunten, oude munten uit de Zuidelijke Nederlanden en praktische raad voor verzamelaars
Home › Muntgeschiedenis › Munten in België tijdens de twee wereldoorlogen
Muntgeschiedenis · 20e eeuw

Munten in België tijdens de twee wereldoorlogen

Munten in België tijdens de twee wereldoorlogen

Oorlog laat altijd sporen na in de portemonnee. In België, dat twee keer door Duitsland werd bezet, veranderde het geld tijdens beide wereldoorlogen ingrijpend. Zilver en koper verdwenen uit de omloop, zink deed zijn intrede, en gemeenten drukten hun eigen noodgeld. Die munten en biljetten zijn vandaag tastbare getuigen van moeilijke jaren, en voor verzamelaars een boeiend en meestal betaalbaar thema.

1914: het geld verdwijnt

Bij het uitbreken van de oorlog in augustus 1914 sloegen de mensen massaal munten op. Zilver en zelfs koper verdwenen snel uit de omloop: in onzekere tijden houdt men liever iets met een eigen waarde achter de hand. Het gevolg was een acuut tekort aan kleingeld. Winkeliers konden niet meer teruggeven, werkgevers hadden moeite om lonen uit te betalen.

Daarbovenop kwam de bezetting. De Nationale Bank van België had haar reserves in veiligheid gebracht in het buitenland. Onder de bezetter nam een private bank, de Société Générale de Belgique, de uitgifte van bankbiljetten over. Biljetten van die bank uit de oorlogsjaren zijn een herkenbaar onderdeel van elke verzameling Belgisch papiergeld.

Noodgeld van gemeenten (1914-1918)

Om het tekort aan kleingeld op te vangen, gingen honderden Belgische gemeenten, maar ook steden, provincies, banken, fabrieken en coöperatieven, zelf noodgeld uitgeven. Dat noodgeld bestond grotendeels uit papier: bonnen met een waarde in centiemen of frank, gedrukt bij een lokale drukker, vaak met het gemeentewapen en de handtekening van de burgemeester of de gemeentesecretaris.

Kenmerken van dit noodgeld:

  • het was alleen geldig binnen de gemeente of de regio die het uitgaf;
  • het moest na de oorlog worden ingewisseld voor gewoon geld;
  • de vormgeving liep sterk uiteen, van sobere tekstbonnen tot verzorgde biljetten met illustraties;
  • naast papier bestonden er ook munten of penningen in onedel metaal of karton, maar die zijn veel minder talrijk.

Juist die verscheidenheid maakt het noodgeld zo aantrekkelijk. Veel verzamelaars leggen een verzameling aan van hun eigen gemeente of provincie, en vullen die aan met andere lokale munten en penningen. Ons artikel over het geld in Dendermonde toont hoe boeiend zo’n lokale invalshoek kan zijn.

De zinken munten van de bezetter

Om het muntgebrek op te vangen, liet het Duitse bezettingsbestuur munten slaan in zink, een goedkoop metaal dat niet nodig was voor de oorlogsindustrie. Het ging om kleine waarden in centiemen, met een gat in het midden, naar het model van de bestaande Belgische geponste munten.

Een opvallend kenmerk is het opschrift: op deze munten staan de Franse en de Nederlandse landsnaam samen op één munt, als BELGIQUE-BELGIE. Elders op onze site lees je meer over de Frans- en Nederlandstalige versies van Belgische munten.

Zink heeft één groot nadeel: het corrodeert. Veel zinken oorlogsmunten zijn vandaag dof, grijs of bedekt met witte vlekken. Exemplaren met een helder oppervlak zijn veel moeilijker te vinden.

Na 1918

Na de bevrijding werd het noodgeld ingetrokken en ingewisseld. De zinken munten bleven nog een tijd in omloop. De oorlog had de frank echter zwaar verzwakt, en de jaren twintig stonden in het teken van inflatie en stabilisatie. Dat verhaal vertellen we in ons overzicht van de Belgische frank.

1940-1944: opnieuw zink

Bij de tweede bezetting herhaalde het patroon zich. Munten in nikkel en koper waren waardevolle grondstoffen voor de oorlogsindustrie en verdwenen uit de omloop. Vanaf 1941 werden in België opnieuw munten in zink geslagen, nu ook voor hogere waarden: naast centiemen ook munten van één en vijf frank. Op een deel ervan staat het portret van koning Leopold III.

Ook deze munten combineren meestal de Franse en de Nederlandse landsnaam op één munt. Zink was in de Tweede Wereldoorlog in heel bezet Europa een veelgebruikt noodmetaal; ook Nederland en Frankrijk kenden zinken of andere noodmunten.

Eerste WereldoorlogTweede Wereldoorlog
Metaal van de noodmuntenzinkzink
Waardenkleine waarden in centiemencentiemen en frank
Opschriftbeide landsnamen op één muntmeestal beide landsnamen op één munt
Lokaal noodgeldzeer verspreidveel beperkter

De bevrijding

Na de bevrijding in 1944 werd de geldomloop grondig gesaneerd, met een grote omwisseling van bankbiljetten. Voor de nieuwe munten moest men voorlopig ook op buitenlandse hulp rekenen: een deel van de munten voor het bevrijde België werd in het buitenland geslagen. De zinken munten bleven nog enkele jaren in omloop en werden daarna vervangen door munten in duurzamere metalen.

Ook in de kolonie, die tijdens de oorlog aan geallieerde kant stond, werden munten buiten België aangemaakt; zie onze pagina over de munten van Belgisch Congo.

Verzameltips

  • Zink niet reinigen. Corrosie op zink is niet terug te draaien, en poetsen maakt het alleen erger. Bewaar de munten droog en lees onze uitleg over munten reinigen.
  • Bewaar noodgeld vlak en uit het licht. Papier van slechte oorlogskwaliteit verkleurt en wordt bros. Gebruik zuurvrije hoesjes.
  • Zoek lokaal. Noodgeld van een bepaalde gemeente duikt vaak op bij lokale handelaars, op rommelmarkten en op ruilbeurzen.
  • Let op de staat. Ook hier bepaalt de kwaliteit grotendeels de aantrekkingskracht van een stuk.

Dit artikel kan partnerlinks bevatten. Die hebben nooit invloed op wat we schrijven.