Numismatic.be
Munten verzamelen in België
Home EuroGeschiedenisVerzamelen Over onsContact
Euromunten · Muntgeschiedenis · Verzamelen
Numismatic .be
Euromunten, oude munten uit de Zuidelijke Nederlanden en praktische raad voor verzamelaars
Home › Muntgeschiedenis › Munten onder Leopold I en Leopold II
Muntgeschiedenis · Belgische frank

Munten onder Leopold I en Leopold II

Munten onder Leopold I en Leopold II

De eerste vijfenzeventig jaar van de Belgische frank vallen samen met de regeringen van Leopold I (1831-1865) en Leopold II (1865-1909). In die periode werd het Belgische muntstelsel opgebouwd, sloot het land zich aan bij de Latijnse Muntunie en verschenen de eerste munten met een Nederlandstalig opschrift. Voor verzamelaars is het een rijke periode, met koper, zilver, goud en de eerste munten in kopernikkel.

Het kader: een Frans model

De wet van 1832 legde de basis: een frank van honderd centiemen, met munten die qua gewicht en gehalte de Franse volgden. De munten werden in Brussel geslagen. Een overzicht van de frank over de hele periode tot 2002 vind je in ons artikel over de Belgische frank.

De munten van Leopold I

Onder Leopold I ontstond de eerste volledige reeks Belgische munten. Grofweg kun je drie groepen onderscheiden.

Koper voor het kleingeld. De kleinste waarden, van één tot tien centiemen, werden in koper geslagen. Ze tonen geen portret van de koning maar een gekroond monogram of de Belgische leeuw, vaak met het devies L’UNION FAIT LA FORCE. Het waren munten voor dagelijkse aankopen op de markt en in de winkel, en ze werden intensief gebruikt. Exemplaren in mooie staat zijn daarom veel minder talrijk dan versleten stukken.

Zilver voor de frank. De waarden vanaf een fractie van een frank tot vijf frank waren van zilver en droegen het portret van de koning, omringd door het opschrift LEOPOLD PREMIER ROI DES BELGES. De keerzijde toonde de waarde, het jaartal en een krans of het wapen. Het zilveren vijffrankstuk was de grootste en meest prestigieuze zilvermunt in omloop.

Goud voor de grote betalingen. Er werden ook gouden munten geslagen, in verschillende waarden en in beperkte periodes. In het dagelijkse leven speelden ze nauwelijks een rol; voor verzamelaars behoren ze tot de duurdere stukken van de reeks.

Rond 1860 voerde België voor enkele kleine waarden een nieuw metaal in: kopernikkel. Het was een van de eerste landen in Europa die die legering voor gangbare munten gebruikte. Kopernikkel was harder en sleet minder dan koper, en zou in de twintigste eeuw een van de belangrijkste muntmetalen worden.

Het portret van Leopold I veranderde in de loop van zijn regering: er bestaan verschillende versies, met een jonger en een ouder hoofd, en met of zonder lauwerkrans. Voor verzamelaars van types is dat een eerste ordeningsprincipe.

De munten van Leopold II

Leopold II besteeg de troon in 1865, het jaar van de Latijnse Muntunie. Zijn zilveren munten volgden dus de afspraken van die unie. Het zilveren vijffrankstuk met zijn portret werd geslagen tot de lidstaten in de jaren 1870 de aanmunting ervan stopzetten, toen de zilverprijs sterk daalde. Kleinere zilvermunten bleven verder verschijnen.

Ook onder Leopold II bestond het kleingeld uit koper en later steeds meer uit kopernikkel. Aan het begin van de twintigste eeuw kwamen er kopernikkelen munten met een gat in het midden. Het gat maakte de munten lichter, spaarde metaal en zorgde ervoor dat ze op de tast makkelijk te herkennen waren. Die geponste munten zouden nog decennialang het straatbeeld bepalen, en het idee werd ook in Congo toegepast.

1886: de eerste Nederlandstalige munten

Tot in de jaren 1880 droegen alle Belgische munten uitsluitend Franse opschriften. Frans was de taal van het bestuur, het gerecht en de hogere klassen, ook in Vlaanderen. De Vlaamse Beweging eiste al tientallen jaren meer erkenning van het Nederlands in het openbare leven.

Vanaf 1886 verschenen de eerste Belgische munten met een Nederlandstalig opschrift. Waar de Franse versie DES BELGES vermeldde, stond nu DER BELGEN. Vanaf dan werden veel munten in twee versies geslagen: een met Franse en een met Nederlandse tekst. Niet elke waarde kreeg meteen een Nederlandse versie, en de oplagen van beide versies konden sterk verschillen.

Die tweesporigheid bleef bestaan tot het einde van de frank. Hoe verzamelaars daarmee omgaan, lees je in ons artikel over Franstalige en Nederlandstalige munten.

Overzicht

Leopold ILeopold II
Regering1831-18651865-1909
Kleingeldkoper, vanaf circa 1860 ook kopernikkelkoper en kopernikkel, later geponst
Zilverfracties van een frank tot 5 frankidem, 5 frank tot in de jaren 1870
Goudbeperkte uitgiftenbeperkte uitgiften
Opschriftenalleen FransFrans, vanaf 1886 ook Nederlands

Verzamelen

De munten van de eerste twee koningen zijn geen zeldzaamheid in absolute zin: veel types werden in grote aantallen geslagen. Het verschil zit in de staat. Een versleten koperen centiem uit de negentiende eeuw is goedkoop; hetzelfde stuk met scherpe details en origineel oppervlak is een heel ander verhaal.

Enkele aandachtspunten:

  • Jaartallen en varianten: sommige jaartallen zijn veel zeldzamer dan andere, en er bestaan varianten in het portret, de signatuur van de graveur of de rand. Een gespecialiseerde catalogus van de Belgische munten is onmisbaar.
  • Zilver en goud: let op vervalsingen, vooral bij de gewilde waarden. Gewicht en afmetingen controleren is een eerste stap.
  • Reiniging: oude zilvermunten werden vaak gepoetst, wat hun waarde sterk drukt. Lees eerst onze uitleg over munten reinigen voor je zelf iets probeert.
  • Kwaliteit: de beoordeling volgens de gangbare kwaliteitsgraden bepaalt in grote mate de waarde.

Vaktermen zoals voorzijde, keerzijde en randschrift worden uitgelegd in de woordenlijst.

Dit artikel kan partnerlinks bevatten. Die hebben nooit invloed op wat we schrijven.